🏹

Over het Afstellen van Recurve Bogen

Optimalisatiemethoden voor rechtshandige recurve bogen

Inleiding

Er zijn zeer veel instellingen of parameters die gevarieerd kunnen worden tijdens het afstellen van een boog. Juist omdat er veel parameters gewijzigd kunnen worden, wordt de grote lijn vaak over het hoofd gezien en verliest men zich in details.

Het gepriegel met kleine schroefjes en imbus-schroefjes wordt een hoofdzaak in plaats van een goede, vergevingsgezinde afstelling. Alhoewel een afstelling persoonlijk is, is het raadzaam de richtlijnen uit de handleiding zo nauwkeurig mogelijk op te volgen.

! Basisregels

Verander nooit meerdere factoren tegelijk β€” veel parameters hebben een interactie met elkaar.
Noteer alle afstellingen zodat er altijd op de oude afstelling kan worden teruggevallen.
Monteer alle accessoires (stabilisatoren etc.) vΓ³Γ³rdat met afstellen wordt begonnen.
Gebruik een set identieke en rechte pijlen tijdens het afstellen.
Draag strakke kleding β€” een mouw die de pees raakt geeft verkeerde conclusies.
Stel nooit af bij winderig of regenachtig weer. Goede weersomstandigheden zijn essentieel.

Alle voorbeelden in dit artikel zijn van toepassing op een rechtshandige boog.

Over de groene blokken

Doorheen het document staan groene "Moderne aanvulling" blokken. Dit zijn aanvullingen en alternatieve methoden op basis van huidige inzichten uit de internationale bogenschuttersgemeenschap β€” aanvullend op het originele artikel van Van den Berg Jeths. Ze zijn bedoeld als opties, niet als vervanging van de bestaande methoden.

De Startinstelling

De startinstelling verdeelt zich in een aantal stappen. Volg de volgorde nauwkeurig.

1 Werparmen centering

Plak op de bovenste werparm 8–10 cm boven het middenstuk een stukje plakband en markeer het midden met een viltstift. Doe hetzelfde met de onderste werparm.

Ga achter de boog staan en breng de pees en de twee viltstiftpunten in één lijn. Is dit niet mogelijk, dan zitten de latten scheef of is het middenstuk getordeerd. Bij verstelbare limb pockets kunnen de latten eenvoudig gecentreerd worden. Een hulpmiddel zijn de zgn. Beiter limb line gauges.

Indien de centering niet 100% perfect is, geeft dit volgens McKinney meestal geen problemen.

2 Pijlcentering

Draai de button zover naar buiten dat de pijl van achteren gezien ΒΎ tot 1 pijldikte naar buiten wijst. De pees moet hierbij precies over het midden van de werparmen lopen.

pees ¾–1Γ— pijlschacht βˆ… pijl
Pijlcentering (aanzicht van achteren)De pijlschacht wijst ΒΎ tot 1 pijldikte buiten de pees. De pees loopt door het midden van de boog.

Door het explosieve lossen en de massatraagheid van de pijlpunt buigt de schacht en komt in trilling. Het doel van tuning is de knooppunten (knopen) op de schacht gedurende de volledige vlucht in een rechte lijn met het doel te krijgen.

3 Positie pijlsteun t.o.v. button

Monteer de pijlsteun zodanig dat de pijl tegen het midden van de button rust. Breng inkt of lippenstift op de pijl aan om te controleren of dit klopt.

Te hoge positionering β†’ pijl wipt op de button tijdens uittrekken. Te lage positionering β†’ beΓ―nvloeding van de pijlvlucht.

Zorg dat de button stevig is vastgedraaid. Een losse button of een loszittend teflon-drukpunt geeft veel spreiding.

4 Hoek van de pijlsteun

De pijlsteun moet een paar graden omhoog wijzen, zodat de pijl als het ware tegen de button aanvalt. Een naar beneden wijzende steun (b) laat de pijl glijden tijdens de klikker. Een horizontale (a) geeft instabiele ligging.

βœ—
A β€” HorizontaalInstabiele ligging, mindere groepering
βœ—
B β€” Naar benedenPijl glijdt van steun bij klikker
βœ“
C β€” Iets omhoogCorrect β€” pijl valt tegen de button

De pijlsteun mag niet buiten de pijl uitsteken β€” dit beΓ―nvloedt de vlucht in het horizontale vlak. Een te slappe pijlsteun geeft verticale spreiding door verschillen in vingerspanning, vooral bij lichte carbon pijlen.

5 Positie van de veren

Zorg dat de veren de pijlsteun of button niet raken. Breng lippenstift op de veren aan om dit te controleren. Indien lippenstift achterblijft op steun of button: nok iets verdraaien of kleinere veren gebruiken.

6 Klikker

De klikker maakt het best een hoek van 90Β° met de pijl. Zo worden verschillen in vingerspanning minder snel afgestraft. De klikker mag niet zo stijf zijn dat de button wordt ingedrukt.

Tiller & Peeshoogte

7 Statische tiller afstelling

Doordat de grip niet samenvalt met het middelpunt van de boog moet er een verschil zijn in afstand tussen de pees en de beide werparmen. Dit verschil heet de tiller.

De meeste boogproducenten bevelen een tillerverschil van β…› tot ΒΌ inch aan. De tiller heeft invloed op de stabiliteit van het middenstuk tijdens de pijllancering, het drukpunt van de hand in de greep en de dynamiek β€” en daarmee ook op de nokpunthoogte.

Test: Richt op 10m op een 40cm blazoen. Trek erg langzaam uit naar het ankerpunt. Beweegt de korrel omhoog β†’ onderste werparm/pees-afstand verkleinen. Beweegt de korrel naar beneden β†’ afstand vergroten. Blijft de korrel stil β†’ tillering is goed.
grip T boven T onder Ξ” = ⅛–¼" (T boven > T onder) pivotpoint
Tiller β€” verschil in peesafstand boven en onderDe bovenste werparm staat doorgaans iets verder van de pees dan de onderste. Aanbevolen verschil: β…› tot ΒΌ inch.

8 Peeshoogte

De peeshoogte is de afstand van de pees tot het diepste punt in het handvat (het pivotpoint). De peeshoogte bepaalt voor een belangrijk deel het rendement van de boog en het moment waarop de pijl de pees verlaat.

Een indicatie voor een onjuiste peeshoogte is een scherp hoog geluid na het lossen. Een goede peeshoogte geeft een mooi harmonisch geluid en een aanmerkelijk betere groepering.

Booglengte (inch) Peeshoogte (cm)
64"19,5 – 21,0
66"20,5 – 21,5
67"21,5 – 22,5
68"22,0 – 23,0
69"22,5 – 23,5
70"23,0 – 24,0
De genoemde peeshoogten zijn geen absolute waarden maar startpunten voor verdere optimalisatie. Experimenteren is het devies.
Moderne aanvulling

Optie A β€” Geluidsmethode: Stel de tabelwaarde in als startpunt. Schiet daarna een serie pijlen en luister naar het losgeluid. Verhoog of verlaag de peeshoogte stapsgewijs per ΒΌ inch totdat het geluid het rustigst en schoonst klinkt β€” dat punt is de optimale peeshoogte voor jouw boog/schutter-combinatie. Geen meetinstrument nodig.


Optie B β€” 50-meter-methode: Stel de peeshoogte op de laagste fabriekswaarde. Schiet 6 pijlen op 50m en markeer de inslagen. Verhoog daarna met ΒΌ inch en herhaal. Blijf verhogen totdat de inslagen niet meer stijgen β€” het midden van dat plateau is de ideale peeshoogte.


Slagen in de pees: Pas de peeshoogte primair aan via het aantal slagen in de pees, niet door een andere pees te kiezen. Ideaal: circa 20 slagen. De vuistregel is booglengte in inches gedeeld door 3 (bv. 69" β†’ 23 slagen). Zit je ver buiten dat bereik, kies dan een andere peeslengte.

Pijlkeuze

9 De juiste pijl selecteren

Bepaal de treklengte en het werkelijke trekgewicht van de boog. Met deze gegevens kan via de Easton pijlkeuzetabel een pijl worden geselecteerd. Controleer of het front of center (FOC) overeenkomt met de richtlijnen voor die pijl.

FOC formule: FOC = ((Z βˆ’ L/2) / L) Γ— 100%
waarbij Z = afstand tot zwaartepunt, L = totale pijllengte.

De Easton-tabel is een goed startpunt, maar in de praktijk kan de pijl toch te stijf of te slap zijn. Dit komt door het verschil tussen statische en dynamische doorbuiging.

De statische doorbuiging (spine) wordt bepaald door een gewicht van 879,9 gram aan de schacht te hangen, ondersteund op twee steuntjes op 1 inch van de pijluiteinden. De dynamische doorbuiging wordt bepaald door de wijze van lossen, peesmassa, stabilisatie, nokspanning, pijlpuntmassa, veertjes en de mate van buitenwijzing.

! Pijl te stijf of te slap?

Pijl reageert te stijf

  • Verhoog het trekgewicht
  • Zwaardere pijlpunt
  • Minder peesdraden
  • Kies een slappere pijl
  • Kortere middenserving
  • Gladdere tab

Pijl reageert te slap

  • Verlaag het trekgewicht
  • Lichtere pijlpunt
  • Meer peesdraden
  • Kies een stijvere pijl
  • Langere middenserving
  • Stuggere of dikkere tab
Begin het tuningsproces altijd met een goed ingeschoten tab. Een nieuwe tab kan weken nodig hebben om hetzelfde schietbeeld te geven als een oude.

Tuning: Kale Pijl Methode & Walk-back

Controleer eerst of de pijl een vrije passage langs het middenstuk heeft. Een hard 'slaand' geluid tijdens lancering wijst op contact met het boogvenster. Controleer dit met lippenstift op de veren, of bestrooi het middenstuk ter hoogte van de pijloplegger met talkpoeder.

1 Nokpunthoogte vaststellen

Neem als startnokpunthoogte Β±1 cm. Schiet op 20 meter afstand 3 gevederde pijlen, daarna minimaal 2 kale pijlen.

gevederd kaal (hoger)
Nokpunt te laagKale pijlen slaan hoger in
gevederd kaal (lager)
Nokpunt te hoogKale pijlen slaan lager in
samen βœ“
Nokpunt correctKale en gevederde pijlen groeperen samen
1
Kale pijlen slaan hoger in dan gevederde pijlen β†’ nokpunt te laag, verhogen
2
Kale pijlen slaan lager in dan gevederde pijlen β†’ nokpunt te hoog, verlagen
3
Kale pijlen slaan op gelijke hoogte in β†’ nokpunt correct, verder afstellen

2 Veerspanning van de button

Als de nokpunthoogte goed is, kan de buttonspanning worden afgesteld met kale pijlen:

β†’
Kale pijl links van het groepje β†’ veerspanning verminderen
β†’
Kale pijl rechts van het groepje β†’ veerspanning verhogen
!
Kale pijl blijft bij wisselende spanning linksonder inslaan β†’ pijl raakt boogvenster, controleren met lippenstift

Herhaal op 10, 20, 30 en 40 meter totdat de kale pijl perfect groepeert.

Moderne aanvulling

Maximale afstand bij kale pijl tuning: 30 meter. Voorbij 30m treedt een secundaire vluchtreactie op die misleidend is en tot verkeerde aanpassingen kan leiden. Gebruik 18m en 30m als standaard testafstanden. Heb je een kortere ruimte, gebruik dan 15m en 25m β€” dit is voldoende voor een betrouwbare basisafstelling.


Alternatief: trekgewicht in plaats van buttonspanning variΓ«ren. Een alternatieve benadering (o.a. aanbevolen door Archery Australia) is de buttonspanning op een vaste middelste stand te laten staan en spine-correcties door te voeren via het trekgewicht (limb bolts). Dit geeft voor veel schutters betrouwbaardere resultaten omdat de centershot-positie stabiel blijft. Pas na de kale pijl test de buttonspanning fijn aan voor de groepering.

3 Walk-back methode

Deze methode gebruikt gevederde pijlen (geen kale). Stel het vizier in op 5 meter. Schiet op twee gestapelde doelpakken: eerste pijl op 5m, tweede op 10m, derde op 15m, enz. β€” zonder de vizierstand te veranderen.

drift links
Pijlen driften naar linksButton te ver uit boog β€” naar binnen bijstellen
correct βœ“
Pijlen recht naar benedenCentershot correct ingesteld
drift rechts
Pijlen driften naar rechtsButton te dicht bij boog β€” naar buiten bijstellen
1
Pijlpunt wijst te ver links + buttonspanning te hoog β†’ button minder ver uitsteken Γ©n spanning verlagen
2
Pijlpunt wijst te ver rechts + buttonspanning te laag β†’ button verder uitsteken Γ©n spanning verhogen
3
Pijlpunt wijst te ver links β†’ button minder ver uitsteken
4
Pijlpunt wijst te ver rechts β†’ button verder uitsteken
5
Ideale situatie β†’ pijlen vallen maximaal 6 cm links en rechts van het midden
Moderne aanvulling β€” extra stap

Micro-tuning op wedstrijdafstand (70m). Na de walk-back is er een optionele verfijnstap die olympische schutters toepassen. Stel het vizier in op 70m. Schiet 3–5 groepen bij de huidige buttonspanning en meet de groepsgrootte (bijv. met een koord om de pijlen). Verhoog of verlaag daarna de buttonspanning met één kleine stap en herhaal. Documenteer elke instelling nauwkeurig, bij voorkeur over meerdere dagen. De instelling met de kleinste gemiddelde groepsgrootte is de optimale buttonspanning op wedstrijdafstand. Dit vereist geduld en consistente techniek, maar levert de fijnste eindafstelling op.

De Papiertest

De papiertest is een eenvoudige methode die sterk lijkt op de kale pijl methode. Ze wordt veel gebruikt voor compound bogen maar is ook geschikt voor recurve. De nokpunthoogte en de dynamische spine kunnen hiermee snel gecontroleerd worden.

Moderne aanvulling β€” beperkingen voor recurve

De papiertest is handig om snel te zien of er iets duidelijk fout zit, maar gebruik hem niet als eindafstelling. Recurve pijlen bewegen na het lossen sterk heen en weer, waardoor het scheurpatroon ook afhangt van hoe ver je van het papier staat. Gebruik de kale pijl methode voor de definitieve fijnafstelling.

! Uitvoering

Span een krant of dun papier (60Γ—60 cm) in een schilderijlijst. Hang het midden op schouderhoogte. Plaats 1,5m achter het papier een doelpak. Sta op 1,5–2m van het papier en schiet een gevederde pijl door het midden. Houd de boogarm evenwijdig aan de vloer. Analyseer de scheur.

1 β€” Goede vlucht
Ronde inslag, 3 veer-sleuven recht β€” pijl vloog recht door papier
↑ nok punt
2 β€” Nokpunt te laag
Nokscheur boven de puntinslag β€” staart wijst omhoog β€” nokpunt verhogen
↓ punt nok
3 β€” Nokpunt te hoog
Nokscheur onder de puntinslag β€” staart wijst omlaag β€” nokpunt verlagen
← punt nok
4 β€” Pijl te stijf (RH)
Nokscheur links van punt β€” staart wijst naar links β€” buttonspanning verminderen of slappere pijl
β†’ punt nok
5 β€” Pijl te slap (RH)
Nokscheur rechts van punt β€” staart wijst naar rechts β€” buttonspanning verhogen of stijvere pijl
1e nokpunt β†’ dan button
6 β€” Combinatie
Scheur diagonaal β€” begin met nokpunthoogte corrigeren, daarna pas buttonspanning aanpakken

Groepering & Diagnose

Bestudering van grootte en vorm van de groepering geeft veel informatie over de kwaliteit van de afstelling.

verticaal uitgerekt
Verticaal uitgerektNokpunt te hoog of te laag
horizontaal te breed
Horizontaal te breedButtonspanning optimaliseren
goed afgesteld βœ“
Ronde, strakke groeperingBoog goed afgesteld
Cirkel verticaal uitgerekt β†’ nokpunt iets te hoog of te laag
Cirkel horizontaal te breed β†’ buttonspanning optimaliseren
Pijlen wiebelen licht β†’ veertjes raken pijlsteun of button. Controleren met lippenstift of talkpoeder.

! Clearance-probleem

Een clearanceprobleem geeft op korte afstand een relatief slechte groepering vergeleken met langere afstanden. Laat je niet op het verkeerde been zetten.

! Slechte groepering op 90 meter

Als de groepering op 90m slecht is maar op kortere afstanden goed, wordt de pijl in het laatste deel van de vlucht te veel afgeremd. De wind krijgt dan een te grote invloed. Oorzaken:

Spinwings of veertjes zijn te schuin geplakt op de pijlen.
Een lichtere pijl met dezelfde spinwaarde kan overmatige afremming verhelpen.

β—† Slotwoord

De huidige optimalisatiemethoden berusten op het "one factor at a time"-principe. Dit kost veel tijd en het overzicht gaat snel verloren. In R&D-omgevingen wordt gebruik gemaakt van experimental designs (Taguchi-methode): een uitgebalanceerde matrix waarmee meerdere factoren tegelijk gevarieerd kunnen worden.

Zo is het mogelijk om 11 factoren op twee niveaus te testen in slechts 12 experimenten. De theoretisch optimale combinatie (de "paperchampion") wordt daarna in de praktijk getest in een confirmatierun.

Web-versie: Handboogvereniging Heideroosje Heibloem © 2026

Geraadpleegde Literatuur

Web-versie: Handboogvereniging Heideroosje Heibloem
© 2026 β€” Alle rechten voorbehouden